Er blijft maar één voorstander over



Tijd voor wat burgerlijke ongehoorzaamheid. Hoewel ik accountancy en intermediairs interessante thema’s vind, wijd ik deze column liever aan iets wat álle studenten aangaat: leerrechten. Al een jaar zoemt de term rond. Eerst was de algemene opvatting “Het waait wel over”, later veranderde dat in “Het zal mijn tijd wel duren”. De meeste studenten weten wel dat er iets in de lucht hangt, maar weten zij ook dat gepland staat leerrechten al in 2007 in te voeren?

Wat zal dat betekenen voor jou als student? Een kort overzicht. Leerrechten in acht woorden: het recht om te betalen voor je onderwijs; Een leerrecht is het recht om een half jaar te studeren en daar het wettelijke collegegeld voor te betalen. Bij aanvang van je studie krijg je genoeg leerrechten om één bachelor en één master te doen, met een jaar uitloop. Doe je er langer over dan bepaalt je hogeschool of universiteit voor je hoeveel je aan collegegeld gaat betalen. Hoewel daar eerst een maximum op zou komen te liggen van € 3.000, is de hoogte alsnog vrijgegeven (om een indicatie te geven: in Leiden wordt op dit moment voor sommige studies € 10.000 gevraagd aan 30 plussers en buitenlandse studenten).

Belangrijk om te beseffen is dat deze leerrechten losstaan van je studiefinanciering. De prestatiebeurs bedraagt nog altijd hetzelfde en duurt maximaal vier jaar – onafhankelijk van hoe lang je studeert en hoeveel collegegeld je betaalt. Daarnaast worden schakeljaren (hbo-wo) niet bekostigd, moet je je tweede studie zelf betalen en ben je voor bestuurswerk of ziekte aangewezen op je school of universiteit.

“Mooi kut”, hoor ik je denken. Is er nog hoop? Die is er. Het wetsconcept leerrechten wordt deze maand behandeld in de Tweede Kamer en de kamerleden houden hun oren gespitst. Hoewel de LSVb het voortouw neemt in het protest tegen leerrechten, versterkten vorige maand ook de universiteiten hun verzet en uitten de hogescholen hun bedenkingen. Ook onder docenten en studiedecanen morrelt het. Zo langzamerhand blijft er maar één iemand over die voorstander is van de plannen: de bedenker, Mark Rutte zelf. Misschien wordt het tijd dat hij zich stort op zijn nieuwe toekomst als partijleider van de VVD. En Mark, vergeet je niet je leerrechtplannen met je mee te nemen als je weggaat?

(deze column verscheen eerder in Memory Magazine)

Kenniseconomie?



Ik bespeur een sterke inconsistentie tussen het doel van de overheid op het gebied van het onderwijs en de middelen die ze daarvoor inzet. Nederland is immers een kennisland, met een kennissamenleving en een kenniseconomie en moet het gevecht aangaan met de internationale concurrentie. Hoe? Door studenten zoveel mogelijk af te knijpen; de gefinancierde studieduur te verkorten; de collegegelden te verhogen; en door de mogelijkheid voor specialisatie binnen de studie en relevante activiteiten buiten de studie in te perken.

Nederland geeft als percentage van het Bruto Binnenlands Product in vergelijking met andere landen zeer weinig uit aan het hoger onderwijs. De uitgaven van Nederland liggen lager dan alle omringende landen en dan zowel het OESO- als EU-gemiddelde. Dit terwijl Nederlandse studenten meer aan hun studie bijdragen dan studenten in de meeste andere landen. De kosten stijgen ruim boven het EU- en OESO-gemiddelde, slechts de Verenigde Staten vragen een grotere bijdrage van studenten.

Mark Rutte’s beruchte ‘leerrechten’ zullen geen ommekeer brengen in deze situatie. Sterker nog: de sfeer zal vergrimmen, het klimaat zal verslechteren. Rutte verwacht dat leerrechten een “stevige stimulans voor de kwaliteit en doelmatigheid van het hoger onderwijs” geven, “zonder dat dit minder toegankelijk wordt” . Daarbij maakt hij mijns inziens twee kleine denkfouten: leerrechten zullen de kwaliteit van het hoger onderwijs juist verslechten en het hoger onderwijs zal minder toegankelijk worden.

‘Leerrechten’ is een financiële maatregel, gebaseerd op drie pijlers: de collegegeld-systematiek; het stelsel van studiefinanciering; en de bekostiging van onderwijs-instellingen. Rutte’s plan is dat slechts één bachelor en één master worden bekostigd. Doe je meer dan een jaar te lang over je bachelor en/of meer dan een halfjaar te lang over je master, dan betaal je een stuk meer collegegeld. Het feit dat Nederland na het Verenigd Koninkrijk reeds het hoogste collegegeld heft van heel Europa lijkt hem even ontschoten te zijn. Het laatste onderdeel van Rutte’s masterplan is het baseren van subsidie aan de onderwijsinstellingen op basis van het aantal inschrijvingen en het aantal studenten dat een diploma haalt. Het nieuwe financieringsstelsel moet studenten financiële prikkels geven en een grotere concurrentie tussen onderwijs-instellingen teweeg brengen.

Het is onwaarschijnlijk dat studenten door financiële prikkels sneller, harder en beter zullen studeren. Veel waarschijnlijker is dat zij zich volledig zullen richten op het behalen van die broodnodige studiepuntjes. Het resultaat? Een zesjesklimaat.

Een van de economische basiswetten is dat voor volledige concurrentie volledige informatie nodig is; consumenten moeten op de hoogte zijn van hun mogelijkheden. Juist dit punt is niet gerealiseerd op het gebied van onderwijs. Opleidingen zijn veelal niet vergelijkbaar, en waar zij dat wel zijn ontbreekt volledige informatie en zijn verschillen en overeenkomsten lastig te herkennen. Tevens worden opleidingen in de nieuwe bekostigingssituatie niet gestimuleerd tot een goede informatievoorziening. Daar er heel veel op het spel staat, is de neiging tot het wegmoffelen van problemen des te groter.

Rutte graaft met zijn plannen een enorme valkuil waarin hij de kwaliteit van het hoger onderwijs wil lokken. Aan de ene kant worden instellingen sterk afhankelijk van het aantal studenten dat zich aanmeld, aan de andere kant zijn studenten bang om studievertraging op te lopen. Het gevolg: studenten zullen op die opleidingen afkomen waar ze zonder al te veel moeite hun papiertje kunnen halen in zo kort mogelijke tijd. Geen objectief informatiesysteem of goed functionerende medezeggenschapsorgaan kan daar iets aan veranderen.

(dit opiniestuk verscheen eerder in Folia Civitatis [PDF,p.19] )

Marktdenken

(onderstaande is een reactie op Jaap Dronkers in Het Betoog, zaterdag 28 januari 2006)



Er is de laatste tijd veel te doen geweest over onderwijs. Een ieder had wel wat te klagen, maar oplossingen bleven uit. Met plezier vernam ik dan ook het onderwerp van het eerste artikel in de reeks De Sociale Agenda. Er zouden oplossingen geboden worden en niet door de minste denkers. Jaap Dronkers, een autoriteit op het gebied van de onderwijssociologie zou zijn licht laten schijnen op onderwijs. Mijn hoop was groot. Ik kwam bedrogen uit.

Want wat stelt Dronkers voorop in zijn oplossing voor de geconstateerde problematiek? Concurrentie. In de uitgebreide versie van zijn betoog, schrijft hij:

Essentieel voor het bestaan van die concurrentie tussen scholen is het bestaan van meerdere aanbieders van hetzelfde onderwijs. Als in een regio feitelijk maar één aanbieder van een bepaald onderwijstype aanwezig was, was de effectiviteit van de scholen in die regio lager.

Het is een trend die ik de laatste tijd vaak waarneem. Hoe geven we een extra impuls aan de energievoorziening? Hoe zorgen we dat treinen rijden zonder vertraging? Hoe garanderen we goede medische zorg voor alle burgers? Het antwoord: we laten het over aan de markt. Toegepast op het onderwijs leidt dit tot de volgende denkbeelden: onderwijs als markt, de school als onderwijsfabriek of leerwinkel, de student als consument.

Ook ik heb mijn portie Adam Smith gehad (Ik heb het over zijn standaardwerk An Inquiry into the Nature And Causes of the Wealth of Nations uit 1776). De bakker bakt het brood, de boer bebouwt het land, de slager slacht het vlees. Waarom? Niet omdat ze jou van voeding willen voorzien, maar omdat ze geld willen verdienen. Zij realiseren het aanbod, zij voorzien in de vraag. In Smiths' woorden:

"It is not from the benevolence of the butcher, the brewer, or the baker that we expect our dinner, but from their regard to their self-love, and never talk to them of our own necessities but of their advantages."

Adam Smith had natuurlijk gelijk: we leven niet op een aardbol gevuld met medemenslievende altruïsten. Zijn mensbeeld is cynisch, maar waar. Deze gedacht is momenteel zo wijdverbreid dat de overheid haar beleid er van afleidt. Voor een deel gaat dat goed: neem bijvoorbeeld de privatisering van de postmarkt of de telefonie. Voor een deel gaat dat niet zo goed: werp een blik op je zorgpolis. Willen we geen blind beleid maken, dan moeten we lering trekken uit onze ervaringen. En wat leren die ons? Sommige zaken kan je maar beter niet over laten aan de markt.

Ook het hoger onderwijs valt ten prooi aan dit marktdenken. Onder het mom van een ‘terugtredende overheid’ draagt de staatssecretaris van onderwijs zo veel mogelijk over aan de markt. De bekostiging van hogescholen en universiteiten wordt gekoppeld aan het aantal ingeschreven studenten. Om hoofd te bieden aan deze onzekere financiële, zetten de onderwijsinstellingen alles op alles om studenten binnen te halen. In de ogen van de staatssecretaris zal deze concurrentie ertoe leiden dat instellingen elkaar aftroeven op basis van de kwaliteit van het aangeboden onderwijs: de een heeft zijn zaakjes nóg beter op orde dan de ander.

Helaas, de praktijk is anders. Wie de jaarlijkse studiebeurs, gehouden in de jaarbeurs te Utrecht, binnenloopt krijgt hier een duidelijk beeld van. De circa 88,000 bezoekers van deze beurs worden overgoten met flitsend neonlicht, overspoeld met gratis prullaria en overdonderd door hitsige promotiemedewerkers. De werkelijkheid van concurrentie is er geen van kwaliteit maar van reclame, marketing en propaganda. Het kabinet spreekt over een ‘terugtredende overheid’, ik noem het weglopen. Het wordt tijd dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt.

(een bewerking van dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant)

Helderheid



Staatssecretaris Rutte noemt het transparancy, wij noemen het helderheid. Studenten moeten kunnen zien waarvoor en waartussen ze mogen kiezen. Dit alles in het kader van een beter afgewogen studiekeuze. Om die keuze mogelijk te maken hebben we een heus studiekeuzeportal opgericht. Zal daar gebruik van worden gemaakt? Even recapituleren hoe ik zelf heb gekozen, een paar jaar geleden.
Braaf als ik was, ben ik reeds in de vierde klas van de middelbare school gaan nadenken over wat ik later zou gaan studeren. Ik woonde in Amsterdam, dus had de keuze uit twee universiteiten: de VU en de UvA. Dat er meer steden waren in Nederland, kwam ik pas later achter. Dat er meer dan honderd hbo- en mbo-opleidingen worden aangeboden in Amsterdam, moest ik niets van weten.
Na wat rondvragen en -kijken viel ook al snel de VU af. Waarom? De VU had een lelijk gebouw dat zich bevond in een buitenwijk van Amsterdam. Toen was het zaak een opleiding te kiezen. Op basis van wat informatie op de website, een voorlichtingsbijeenkomst en een dagje proefstuderen viel de uiteindelijke keuze.

Was dat een gewogen beslissing? Ik denk het niet. Nu wil ik niet beweren dat je niet mag meewegen hoe en waar je school of universiteit is gelegen, hoe het studentenleven is en hoe het aanvoelt. Ik heb in mijn keuze echter een paar opties over het hoofd gezien en ik vermoed dat ik daarin niet de enige ben.
We moeten als scholieren bewuster omgaan met de keuze van onze vervolgopleiding. Nederland heeft een schatrijk aanbod van bachelor-, master- en mbo-opleidingen, maar slechts een enkeling is zich er bewust van. Je verwacht toch iets meer interesse van studenten voor hetgeen ze zich voor 3, 4 of zelfs 6 jaar aan verbinden?
Dit vereist zowel de inzet van de middelbare school als een mentaliteitsverandering van de leerling. Scholieren moeten intensief worden begeleid bij hun studiekeuze, geprikkeld worden door de mogelijkheden die ze geboden worden en aangesproken door rolmodellen van hun studierichting.

Ook Rutte heeft hier een rol in. Want áls een scholier de moeite neemt om op zoek te gaan, zorg er dan ook voor dat hij vindt wat hij zoekt. De staatssecretaris kan erop toe zien dat (hoge)scholen en universiteiten objectieve informatie geven en eerlijk, helder zijn in hun communicatie. Het moet afgelopen zijn met de inhoudsloze promotiespotjes, aanlokkelijke goodies om de aankomende student mee te verleiden en peperdure imagocampagnes waaraan het halve onderwijsbudget opgaat. Tót die tijd hebben wij de Carrièrebeurs.


(deze column verscheen eerder in Memory Magazine)

Leenangst



Het gisteren gepresenteerde onderzoek over leengedrag van studenten, in opdracht van het ministerie van Onderwijs (OCW), bevestigt wat de LSVb al jaren zegt: er heerst grote leenangst onder studenten en deze angst is niet makkelijk te ondervangen. De oplossing ligt in een nieuw stelsel van studeren zonder zorgen: Studietax.

Door de afnemende studiebeurs in de afgelopen decennia zijn studenten steeds meer aangewezen op alternatieve inkomsten. In tegenstelling tot staatssecretaris Ruttes pleidooi voor ”investeren in jezelf” zien studenten lenen als een noodzakelijk kwaad. De praktijk is dan ook werken, en niet lenen. En de tijd die studenten besteden aan werken gaat af van hun studietijd.

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat individuele leningen geen oplossing zijn; de leenangst zit diepgeworteld. Reeds in 2003 presenteerde de LSVb, samen met PvdA en GroenLinks, een alternatief plan: een stelsel van Studietax. In dit stelsel krijgen studenten gedurende hun studietijd een beurs die voldoet in hun levensonderhoud en studiekosten. Na beëindiging van hun studie storten studenten via een heffing op hun inkomstenbelasting gedurende enkele jaren geld in een op te richten hoger onderwijsfonds. Vanuit dit fonds wordt de beurs van toekomstige studenten betaald. Op deze wijze dragen studenten naar rato van inkomen bij aan de kenniseconomie en kunnen ze zich zonder zorgen richten op hun studie.

Het voorstel is financieel doorgelicht door het Centraal Planbureau en begrotingstechnisch haalbaar bevonden. Toch heeft het kabinet een andere lijn uitgezet. Een lijn die ons inziens weinig vruchten zal afwerpen. Eind maart ligt Ruttes leerrechtenplan bij de Tweede Kamer. De LSVb roept de Kamerleden op de resultaten van het onderzoek serieus te nemen en op zoek te gaan naar een alternatief voor de geconstateerde problemen.

(dit opiniestuk verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad)

pics @ jonathanmijs.nl.tt



Slechts een attendering: ik heb een selectie foto's op het internet gezet, onder de tot de verbeelding sprekende titel 'pics'. Zie hier.

Beste tijd van je leven



Studeren is de beste tijd van je leven. Tenminste, dat hoor je altijd. Los van de waarheid van deze bewering kunnen we in ieder geval constateren dat hij gezaghebbend is: de bewering leidde vorig jaar nog tot honderddrieëndertigduizend nieuwe zielen in het hoger onderwijs. En dat is maar goed ook, want onze regering heeft getekend voor een hogere hoger onderwijsparticipatie. Klinkt dubbelop, maar betekent dat over vijf jaar 50% van de beroepsbevolking moet zijn opgeleid op een hogeschool of universiteit. Het motto: geen kwaliteit, maar kwantiteit. Meer zielen, meer vreugde. En het liefst een beetje snel ook.

Dat motto werkt door in de praktijk: achterna gezeten door een met de stok zwaaiende overheid hol je door je studie heen om uiteindelijk, met een voldaan gevoel, nog nahijgend tot stilstand te komen. Hoe je het hebt gered weet je niet. Wat je hebt geleerd ben je al vergeten. Maar je bent er. Blijdschap alom. Helaas ebt dat gevoel al snel weg. Want, wat nu? Nu ben je klaar met je studie en moet je verder. Hier hadden ze niets over gezegd. Is dit ook een goede tijd van je leven?

Gelukkig ben ik nog niet zo ver, ik heb nog even. In afwachting van dat moment ben ik mij druk aan het oriënteren. Bij mij betekent dat vooral heel veel in het rond vragen. Wat is goed, leuk, mooi, spannend? Een vriend van me meent dat ik een trainee-programma moet gaan volgen. Dan loop je eerst stage bij één ministerie, dan bij een ander en uiteindelijk ga je aan de slag en wordt je een ambtenaar. En ambtenaren zijn ook gewoon hele leuke mensen, zo is mij verteld. Mijn buurjongentje adviseert mij om lekker te gaan pokeren, daar kun je tonnen mee verdienen, zegt hij.

Misschien moet ik maar gewoon ‘iets met mijn handen gaan doen’, zoals mijn kapster me keer op keer op het hart drukt. Het blijft een lastige keuze, die we vooral een beetje snel moeten nemen als het aan het kabinet ligt. Maar ik, ik weet het nog niet. Alhoewel, nu ik er nog eens goed over nadenk denk ik dat ik de oplossing heb gevonden! Waarom niet gewoon doorstuderen? Studeren is immers de beste tijd van je leven.

(deze column verscheen eerder in Memory Magazine)

Land van 1000 meningen



“Land van 1000 meningen / het land van nuchterheid”, opende het in 1996 uitgebrachte liedje 15 miljoen mensen. In de tussentijd is er het een en ander veranderd en dat doel ik niet op het feit dat het een ruime 16 miljoen mensen zijn geworden. Nee, de 1000 meningen zijn gebleven, maar de nuchterheid is verdwenen. In de onderwijspolitiek constateer ik een panisch beleid. Er moet een nieuwe wet komen en snel ook. In dit politieke proces wordt volkomen voorbij gegaan aan de praktijk.

Eigenlijk is het heel simpel. Om te kunnen studeren heb je in ieder geval nodig: een dak boven je hoofd, een bord op tafel en vervoer om bij je onderwijsinstelling te kunnen komen. Daarnaast is een flinke portie talent, doorzettingsvermogen en motivatie noodzakelijk. Aan de overheid is het om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de student zich kan ontwikkelen. Dat betekent in ieder geval: zorg dragen voor huisvesting, vervoer en levensonderhoud van de student.

De huur van een kamer in de studentensteden van Nederland schommelt op dit moment tussen de € 250 en € 400 per maand. Voor eten heb je volgens Nibud zo’n € 175 nodig en aan vervoer wordt, buiten de OV-kaart om, maandelijks nog zo’n € 25 besteed. Om in deze kosten te voorzien krijgen studenten van de overheid per maand € 75 als ze thuis wonen en € 233 als ze op kamers zitten. You do the math.

Elke student draagt jaarlijks al zijn steentje bij door een paar duizend euro te betalen aan collegegeld en studieboeken. Een verstandige overheid stelt studenten in staat om zich volledig op hun studie te storten. Een realistische overheid beseft dat dat niet lukt met voortdurende kopzorgen over huisvesting, vervoer en levensonderhoud. Een progressieve overheid durft te investeren in de studenten, wetend dat die investering zich zowel maatschappelijk als economisch ruimschoots zal terugverdienen.

(deze column verscheen eerder op TweeVandaag Top-X)

Studeren in de praktijk



Met zijn plannen rondom leerrechten beoogt staatssecretaris Rutte studenten aan te moedigen hun studie in minder tijd te volbrengen. In een zuivere discussie is hier iets voor te zeggen, zij het niet dat er momenteel een aantal fundamentele probleempunten onbesproken blijven. Binnen de discussie over leerrechten moeten zaken als toegankelijkheid en extra-curriculaire activiteiten niet uit het oog worden verloren.

Wij zijn beiden student en kennen de situatie in het onderwijs vanuit de praktijk. Deze praktijk leert dat studenten naast hun studie moeten werken. Een thuiswonende student krijgt € 75 studiefinanciering per maand, een uitwonende student € 233. Dit is respectievelijk € 900 en € 2796 op jaarbasis, waarvan aan het collegegeld alleen al € 1500 opgaat. Daarnaast ben je gemiddeld € 500 kwijt aan verplichte literatuur. Dit betekent dat de studiefinanciering tekort schiet, laat staan als daar ook nog kosten voor huisvesting en levensonderhoud in worden meegenomen. Een huurprijs van € 300 per maand is in de grote studentensteden namelijk eerder regel dan uitzondering. In de huidige situatie is het dan ook niet vreemd dat studenten er niet aan toe komen 40 uur in de week te studeren, maar ‘slechts’ 29 uur.

Naast het werken moet er ook ruimte overblijven om in de samenleving actief te zijn, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk. Het studentenleven is tevens erg belangrijk. Niet alleen voor de lol, maar ook voor het toekomstige netwerk van de student en de brede ervaring die studenten hierdoor opdoen. Daarom moet er blijvend geïnvesteerd worden in studenten. Studenten zijn geen kostenpost. Zij verrijken en bevruchten de maatschappij. De maatschappij dient te investeren in kennis en mobiliteit .

Kennis
Er gaat geen dag voorbij zonder dat een krant refereert aan een wetenschappelijk onderzoek van een universiteit. Het is niet voor niets dat het kabinet de kenniseconomie hoog in het vaandel draagt. Investeren in wetenschap is belangrijk voor de concurrentiepositie van Nederland. Door maatregelen die de duur van de studietijd beperken, ontneemt het systeem studenten de kans iets verder te kijken dan het standaardprogramma. Studenten die dit wel doen lopen risico op studievertraging. Dit is met name het geval wanneer de Bachelor volledig afgerond moet zijn voor aan de Master begonnen mag worden. De nieuwe plannen van de staatssecretaris werken, in tegenstelling tot zijn beweringen, ontmoedigend voor studenten. Zo wordt lenen een stuk onvoordeliger doordat het niet-afgeloste deel van de lening pas na 25 jaar kwijtgescholden wordt in plaats van na 15 jaar. Daarbij lopen de rente-betalingen op bij een langere afbetalingstermijn. Hierdoor zien veel studenten af van een buitenlandreis, stage of andere extra activiteiten. Zij weigeren om kind van de rekening te worden. Dit is een verlies voor het bedrijfsleven en voor de Nederlandse kennismaatschappij.

Studeren is geen massaproces. Studeren is een creatief proces waarbij persoonlijke én academische vorming samen gaan. Men kan niet verwachten dat iedere student na vier jaar voldoet aan de Balkenende-norm voor de kenniseconomie.

Mobiliteit
Een van de stokpaardjes van de Leerrecht-plannen van Rutte is verbetering van de mobiliteit. Echter, waar er linksom wordt geïnvesteerd, wordt er rechtsom weer bezuinigd. Zo lijkt er te worden toegewerkt naar een traject-OV, waarmee een student alleen nog vrij mag reizen tussen het ouderlijk huis en de instelling. Dit is onaanvaardbaar. Studenten dienen mobiel te zijn om andere universiteiten/hogescholen en andere studenten(verenigingen) te bezoeken. Met een traject-OV wordt het door de staatssecretaris zo vurig bepleite stemmen met de voeten praktisch onmogelijk gemaakt. Vakken volgen bij andere instellingen wordt onbetaalbaar, en verhuizen een bureaucratische nachtmerrie. Als Rutte echt om mobiliteit geeft, zou hij moeten pleiten voor één algemene OV: door de week en in het weekend geldig in heel Nederland. Op die manier blijft de staatssecretaris consequent in zijn visie dat studenten zo flexibel en mobiel mogelijk moeten studeren.

In het kort: Staatssecretaris Rutte ziet studenten te veel als een kostenpost. De maatregelen en de discussie over de term “lui” zijn hier voorbeelden van. Studenten zijn echter de kern van de kenniseconomie. Een overheid die pretendeert zich te willen profileren als stimulator van de kenniseconomie dient te investeren in de kennis, ervaring en mobiliteit van studenten. Studenten zullen deze investering in te toekomst ruimschoots terugverdienen voor de maatschappij.

(dit gezamenlijk opiniestuk van Rogier Havelaar en mijzelf verscheen eerder in De Volkskrant)

Ai! De luie reet wordt gestraft!


Op een gegeven moment kon ik een klein Chinees muurtje van Chips bouwen, best een mooi gezicht, niet? 


Jaja lieve mensjes, tot mijn grote schrik heeft Jonathan mij zeer recent verteld, tikken of wegwezen... Die keuze mag dan wel simpel zijn, het schrijven op zich is dat zeker niet.
Op de een of andere manier heb ik schrijven eigenlijk altijd leuk gevonden, en vroeger (jaartje of 10 geleden op de basisschool), ging het me nog aardig goed af ook, ik had namelijk zoiets als rare verzinsels wat je als inspiratie kunt beschouwen. Wie weet kom ik ooit nog een oud schrift tegen, dan zal ik eens kijken wat ik in die roerige tijden toch in godsnaam op papier verzon.
Maar back to reality, Jonathan vroeg me al maanden geleden om gewoon eens iets leuks te schrijven voor deze blog, al was het maar een film review of iets, en films kijk ik genoeg dus waarom ook niet dacht ik... Dus zei ik sure Johnnyboy, dat fixen we nog wel een keertje... Maar je weet hoe dat gaat, nog wel een keertje? wasdat? Kwam dus geen bal van terecht.

Ook laatst op z'n verjaardag tikte hij me weer nonchalant op de schouder, 'Flex, schrijf toch eens wat op onze blog man, heb je dat nieuwe stuk van Vid over de junkbelasting al gelezen?'. Spijtig genoeg moest ik bekennen dat ik niet wist wat hij bedoelde maar de volgende dag ben ik uiteraard meteen gaan kijken en Vid had er inderdaad een heerlijk Amsterdams stukje van gemaakt, wat ik echt persoonlijk aan Balkenende zou willen aanbieden.
Hoe Balky ook vanavond weer te horen was met z'n 'We hebben gezien hoe dat gaat als we iets legaliseren wat eerst gedoogd werd, kijk maar naar de prostitutie, heeft het iets geholpen?'. Heerlijk om te horen dat ten eerste prostitutie en wiet over 1 kam wordt gescheerd, EN dat hij nog wil duidelijk maken dat de legalisering van ons lieve Wallengebied nog geen enkel nut heeft gehad ook. Mag die gast alsjeblieft in de gracht geflikkerd worden?

Anyways ik verlies m'n punt maar ik klets in ieder geval John's blog vol, da's ook wat waard?!
Maarja voor ik jullie aandacht verlies, ik wilde eigenlijk mijn licht laten schijnen over onze recente pokeravonturen, na de Fessa van vrijdag werd ik buiten al nageroepen door onze Pokercrew dus kennelijk heb ik een zekere indruk achter gelaten, die ik in de toekomst zal moeten proberen hoog te houden...
Bij Jonathan is inmiddels al menig succesvolle pokeravond tot historie verwerkt, en we hebben wat foto's om dit te bewijzen waarbij de chips vrolijk over tafel vliegen.
Heb ik hier wat over te melden? Weinig, ik herinner me de fantastische quotes allang niet meer, misschien volgende keer een stukje schrijven de dag na het event zelf.
Wel wil ik nog even iedereens attentie naar het online pokeren brengen, dit is de ideale geldscheppende bezigheid voor naast de studie, elke student heeft genoeg intellect om veel meer te kunnen verdienen met pokeren dan met menig ander (afbeulend) (horeca) bijbaantje... Dus spurt allemaal naar www.pokerinfo.nl en maak gebruik van de geweldige acties om je gratis dollars in de wacht te slepen.

Ik zie dat de klok mij een beetje aan het inhalen is, mijn prachtige colleges van morgen wachten op mij, lang leve Constitutioneel recht? waar zijn mijn medestanders die mij door deze ellende heen kunnen trekken, ik heb namelijk geen idee waar ik mee bezig ben, volgens mij begint dit hele verhaal ook uit te monden in een oeverloos gezwam zonder samenhang?
Hmmm, jammer, Maar niet getreurd! Ooit vind ik de inspiratie terug en pak ik de hele wereld aan, ok?

P.S. Voor ik het vergeet toch in ieder geval een filmaanradertje zodat je nog iets aan dit verhaal hebt gehad, 'Me and You and Everyone we know' is de titel, de info kun je hier opduiken. Maar belangrijk om te weten is dat het een mooie non alledaagse view geeft op een paar prachtig samenvallende leventjes in een zonderling amerikaans buurtje, echt heel origineel gedaan en let vooral op het jongste kereltje in de film die een echte rol heeft, met de mooie afro, hij is geweldig, ik zit nu al te wachten op zijn films over 10 jaar!

Felix signing out...