Leenangst



Het gisteren gepresenteerde onderzoek over leengedrag van studenten, in opdracht van het ministerie van Onderwijs (OCW), bevestigt wat de LSVb al jaren zegt: er heerst grote leenangst onder studenten en deze angst is niet makkelijk te ondervangen. De oplossing ligt in een nieuw stelsel van studeren zonder zorgen: Studietax.

Door de afnemende studiebeurs in de afgelopen decennia zijn studenten steeds meer aangewezen op alternatieve inkomsten. In tegenstelling tot staatssecretaris Ruttes pleidooi voor ”investeren in jezelf” zien studenten lenen als een noodzakelijk kwaad. De praktijk is dan ook werken, en niet lenen. En de tijd die studenten besteden aan werken gaat af van hun studietijd.

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat individuele leningen geen oplossing zijn; de leenangst zit diepgeworteld. Reeds in 2003 presenteerde de LSVb, samen met PvdA en GroenLinks, een alternatief plan: een stelsel van Studietax. In dit stelsel krijgen studenten gedurende hun studietijd een beurs die voldoet in hun levensonderhoud en studiekosten. Na beëindiging van hun studie storten studenten via een heffing op hun inkomstenbelasting gedurende enkele jaren geld in een op te richten hoger onderwijsfonds. Vanuit dit fonds wordt de beurs van toekomstige studenten betaald. Op deze wijze dragen studenten naar rato van inkomen bij aan de kenniseconomie en kunnen ze zich zonder zorgen richten op hun studie.

Het voorstel is financieel doorgelicht door het Centraal Planbureau en begrotingstechnisch haalbaar bevonden. Toch heeft het kabinet een andere lijn uitgezet. Een lijn die ons inziens weinig vruchten zal afwerpen. Eind maart ligt Ruttes leerrechtenplan bij de Tweede Kamer. De LSVb roept de Kamerleden op de resultaten van het onderzoek serieus te nemen en op zoek te gaan naar een alternatief voor de geconstateerde problemen.

(dit opiniestuk verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad)

pics @ jonathanmijs.nl.tt



Slechts een attendering: ik heb een selectie foto's op het internet gezet, onder de tot de verbeelding sprekende titel 'pics'. Zie hier.

Beste tijd van je leven



Studeren is de beste tijd van je leven. Tenminste, dat hoor je altijd. Los van de waarheid van deze bewering kunnen we in ieder geval constateren dat hij gezaghebbend is: de bewering leidde vorig jaar nog tot honderddrieëndertigduizend nieuwe zielen in het hoger onderwijs. En dat is maar goed ook, want onze regering heeft getekend voor een hogere hoger onderwijsparticipatie. Klinkt dubbelop, maar betekent dat over vijf jaar 50% van de beroepsbevolking moet zijn opgeleid op een hogeschool of universiteit. Het motto: geen kwaliteit, maar kwantiteit. Meer zielen, meer vreugde. En het liefst een beetje snel ook.

Dat motto werkt door in de praktijk: achterna gezeten door een met de stok zwaaiende overheid hol je door je studie heen om uiteindelijk, met een voldaan gevoel, nog nahijgend tot stilstand te komen. Hoe je het hebt gered weet je niet. Wat je hebt geleerd ben je al vergeten. Maar je bent er. Blijdschap alom. Helaas ebt dat gevoel al snel weg. Want, wat nu? Nu ben je klaar met je studie en moet je verder. Hier hadden ze niets over gezegd. Is dit ook een goede tijd van je leven?

Gelukkig ben ik nog niet zo ver, ik heb nog even. In afwachting van dat moment ben ik mij druk aan het oriënteren. Bij mij betekent dat vooral heel veel in het rond vragen. Wat is goed, leuk, mooi, spannend? Een vriend van me meent dat ik een trainee-programma moet gaan volgen. Dan loop je eerst stage bij één ministerie, dan bij een ander en uiteindelijk ga je aan de slag en wordt je een ambtenaar. En ambtenaren zijn ook gewoon hele leuke mensen, zo is mij verteld. Mijn buurjongentje adviseert mij om lekker te gaan pokeren, daar kun je tonnen mee verdienen, zegt hij.

Misschien moet ik maar gewoon ‘iets met mijn handen gaan doen’, zoals mijn kapster me keer op keer op het hart drukt. Het blijft een lastige keuze, die we vooral een beetje snel moeten nemen als het aan het kabinet ligt. Maar ik, ik weet het nog niet. Alhoewel, nu ik er nog eens goed over nadenk denk ik dat ik de oplossing heb gevonden! Waarom niet gewoon doorstuderen? Studeren is immers de beste tijd van je leven.

(deze column verscheen eerder in Memory Magazine)

Land van 1000 meningen



“Land van 1000 meningen / het land van nuchterheid”, opende het in 1996 uitgebrachte liedje 15 miljoen mensen. In de tussentijd is er het een en ander veranderd en dat doel ik niet op het feit dat het een ruime 16 miljoen mensen zijn geworden. Nee, de 1000 meningen zijn gebleven, maar de nuchterheid is verdwenen. In de onderwijspolitiek constateer ik een panisch beleid. Er moet een nieuwe wet komen en snel ook. In dit politieke proces wordt volkomen voorbij gegaan aan de praktijk.

Eigenlijk is het heel simpel. Om te kunnen studeren heb je in ieder geval nodig: een dak boven je hoofd, een bord op tafel en vervoer om bij je onderwijsinstelling te kunnen komen. Daarnaast is een flinke portie talent, doorzettingsvermogen en motivatie noodzakelijk. Aan de overheid is het om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen de student zich kan ontwikkelen. Dat betekent in ieder geval: zorg dragen voor huisvesting, vervoer en levensonderhoud van de student.

De huur van een kamer in de studentensteden van Nederland schommelt op dit moment tussen de € 250 en € 400 per maand. Voor eten heb je volgens Nibud zo’n € 175 nodig en aan vervoer wordt, buiten de OV-kaart om, maandelijks nog zo’n € 25 besteed. Om in deze kosten te voorzien krijgen studenten van de overheid per maand € 75 als ze thuis wonen en € 233 als ze op kamers zitten. You do the math.

Elke student draagt jaarlijks al zijn steentje bij door een paar duizend euro te betalen aan collegegeld en studieboeken. Een verstandige overheid stelt studenten in staat om zich volledig op hun studie te storten. Een realistische overheid beseft dat dat niet lukt met voortdurende kopzorgen over huisvesting, vervoer en levensonderhoud. Een progressieve overheid durft te investeren in de studenten, wetend dat die investering zich zowel maatschappelijk als economisch ruimschoots zal terugverdienen.

(deze column verscheen eerder op TweeVandaag Top-X)

Studeren in de praktijk



Met zijn plannen rondom leerrechten beoogt staatssecretaris Rutte studenten aan te moedigen hun studie in minder tijd te volbrengen. In een zuivere discussie is hier iets voor te zeggen, zij het niet dat er momenteel een aantal fundamentele probleempunten onbesproken blijven. Binnen de discussie over leerrechten moeten zaken als toegankelijkheid en extra-curriculaire activiteiten niet uit het oog worden verloren.

Wij zijn beiden student en kennen de situatie in het onderwijs vanuit de praktijk. Deze praktijk leert dat studenten naast hun studie moeten werken. Een thuiswonende student krijgt € 75 studiefinanciering per maand, een uitwonende student € 233. Dit is respectievelijk € 900 en € 2796 op jaarbasis, waarvan aan het collegegeld alleen al € 1500 opgaat. Daarnaast ben je gemiddeld € 500 kwijt aan verplichte literatuur. Dit betekent dat de studiefinanciering tekort schiet, laat staan als daar ook nog kosten voor huisvesting en levensonderhoud in worden meegenomen. Een huurprijs van € 300 per maand is in de grote studentensteden namelijk eerder regel dan uitzondering. In de huidige situatie is het dan ook niet vreemd dat studenten er niet aan toe komen 40 uur in de week te studeren, maar ‘slechts’ 29 uur.

Naast het werken moet er ook ruimte overblijven om in de samenleving actief te zijn, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk. Het studentenleven is tevens erg belangrijk. Niet alleen voor de lol, maar ook voor het toekomstige netwerk van de student en de brede ervaring die studenten hierdoor opdoen. Daarom moet er blijvend geïnvesteerd worden in studenten. Studenten zijn geen kostenpost. Zij verrijken en bevruchten de maatschappij. De maatschappij dient te investeren in kennis en mobiliteit .

Kennis
Er gaat geen dag voorbij zonder dat een krant refereert aan een wetenschappelijk onderzoek van een universiteit. Het is niet voor niets dat het kabinet de kenniseconomie hoog in het vaandel draagt. Investeren in wetenschap is belangrijk voor de concurrentiepositie van Nederland. Door maatregelen die de duur van de studietijd beperken, ontneemt het systeem studenten de kans iets verder te kijken dan het standaardprogramma. Studenten die dit wel doen lopen risico op studievertraging. Dit is met name het geval wanneer de Bachelor volledig afgerond moet zijn voor aan de Master begonnen mag worden. De nieuwe plannen van de staatssecretaris werken, in tegenstelling tot zijn beweringen, ontmoedigend voor studenten. Zo wordt lenen een stuk onvoordeliger doordat het niet-afgeloste deel van de lening pas na 25 jaar kwijtgescholden wordt in plaats van na 15 jaar. Daarbij lopen de rente-betalingen op bij een langere afbetalingstermijn. Hierdoor zien veel studenten af van een buitenlandreis, stage of andere extra activiteiten. Zij weigeren om kind van de rekening te worden. Dit is een verlies voor het bedrijfsleven en voor de Nederlandse kennismaatschappij.

Studeren is geen massaproces. Studeren is een creatief proces waarbij persoonlijke én academische vorming samen gaan. Men kan niet verwachten dat iedere student na vier jaar voldoet aan de Balkenende-norm voor de kenniseconomie.

Mobiliteit
Een van de stokpaardjes van de Leerrecht-plannen van Rutte is verbetering van de mobiliteit. Echter, waar er linksom wordt geïnvesteerd, wordt er rechtsom weer bezuinigd. Zo lijkt er te worden toegewerkt naar een traject-OV, waarmee een student alleen nog vrij mag reizen tussen het ouderlijk huis en de instelling. Dit is onaanvaardbaar. Studenten dienen mobiel te zijn om andere universiteiten/hogescholen en andere studenten(verenigingen) te bezoeken. Met een traject-OV wordt het door de staatssecretaris zo vurig bepleite stemmen met de voeten praktisch onmogelijk gemaakt. Vakken volgen bij andere instellingen wordt onbetaalbaar, en verhuizen een bureaucratische nachtmerrie. Als Rutte echt om mobiliteit geeft, zou hij moeten pleiten voor één algemene OV: door de week en in het weekend geldig in heel Nederland. Op die manier blijft de staatssecretaris consequent in zijn visie dat studenten zo flexibel en mobiel mogelijk moeten studeren.

In het kort: Staatssecretaris Rutte ziet studenten te veel als een kostenpost. De maatregelen en de discussie over de term “lui” zijn hier voorbeelden van. Studenten zijn echter de kern van de kenniseconomie. Een overheid die pretendeert zich te willen profileren als stimulator van de kenniseconomie dient te investeren in de kennis, ervaring en mobiliteit van studenten. Studenten zullen deze investering in te toekomst ruimschoots terugverdienen voor de maatschappij.

(dit gezamenlijk opiniestuk van Rogier Havelaar en mijzelf verscheen eerder in De Volkskrant)

Ai! De luie reet wordt gestraft!


Op een gegeven moment kon ik een klein Chinees muurtje van Chips bouwen, best een mooi gezicht, niet? 


Jaja lieve mensjes, tot mijn grote schrik heeft Jonathan mij zeer recent verteld, tikken of wegwezen... Die keuze mag dan wel simpel zijn, het schrijven op zich is dat zeker niet.
Op de een of andere manier heb ik schrijven eigenlijk altijd leuk gevonden, en vroeger (jaartje of 10 geleden op de basisschool), ging het me nog aardig goed af ook, ik had namelijk zoiets als rare verzinsels wat je als inspiratie kunt beschouwen. Wie weet kom ik ooit nog een oud schrift tegen, dan zal ik eens kijken wat ik in die roerige tijden toch in godsnaam op papier verzon.
Maar back to reality, Jonathan vroeg me al maanden geleden om gewoon eens iets leuks te schrijven voor deze blog, al was het maar een film review of iets, en films kijk ik genoeg dus waarom ook niet dacht ik... Dus zei ik sure Johnnyboy, dat fixen we nog wel een keertje... Maar je weet hoe dat gaat, nog wel een keertje? wasdat? Kwam dus geen bal van terecht.

Ook laatst op z'n verjaardag tikte hij me weer nonchalant op de schouder, 'Flex, schrijf toch eens wat op onze blog man, heb je dat nieuwe stuk van Vid over de junkbelasting al gelezen?'. Spijtig genoeg moest ik bekennen dat ik niet wist wat hij bedoelde maar de volgende dag ben ik uiteraard meteen gaan kijken en Vid had er inderdaad een heerlijk Amsterdams stukje van gemaakt, wat ik echt persoonlijk aan Balkenende zou willen aanbieden.
Hoe Balky ook vanavond weer te horen was met z'n 'We hebben gezien hoe dat gaat als we iets legaliseren wat eerst gedoogd werd, kijk maar naar de prostitutie, heeft het iets geholpen?'. Heerlijk om te horen dat ten eerste prostitutie en wiet over 1 kam wordt gescheerd, EN dat hij nog wil duidelijk maken dat de legalisering van ons lieve Wallengebied nog geen enkel nut heeft gehad ook. Mag die gast alsjeblieft in de gracht geflikkerd worden?

Anyways ik verlies m'n punt maar ik klets in ieder geval John's blog vol, da's ook wat waard?!
Maarja voor ik jullie aandacht verlies, ik wilde eigenlijk mijn licht laten schijnen over onze recente pokeravonturen, na de Fessa van vrijdag werd ik buiten al nageroepen door onze Pokercrew dus kennelijk heb ik een zekere indruk achter gelaten, die ik in de toekomst zal moeten proberen hoog te houden...
Bij Jonathan is inmiddels al menig succesvolle pokeravond tot historie verwerkt, en we hebben wat foto's om dit te bewijzen waarbij de chips vrolijk over tafel vliegen.
Heb ik hier wat over te melden? Weinig, ik herinner me de fantastische quotes allang niet meer, misschien volgende keer een stukje schrijven de dag na het event zelf.
Wel wil ik nog even iedereens attentie naar het online pokeren brengen, dit is de ideale geldscheppende bezigheid voor naast de studie, elke student heeft genoeg intellect om veel meer te kunnen verdienen met pokeren dan met menig ander (afbeulend) (horeca) bijbaantje... Dus spurt allemaal naar www.pokerinfo.nl en maak gebruik van de geweldige acties om je gratis dollars in de wacht te slepen.

Ik zie dat de klok mij een beetje aan het inhalen is, mijn prachtige colleges van morgen wachten op mij, lang leve Constitutioneel recht? waar zijn mijn medestanders die mij door deze ellende heen kunnen trekken, ik heb namelijk geen idee waar ik mee bezig ben, volgens mij begint dit hele verhaal ook uit te monden in een oeverloos gezwam zonder samenhang?
Hmmm, jammer, Maar niet getreurd! Ooit vind ik de inspiratie terug en pak ik de hele wereld aan, ok?

P.S. Voor ik het vergeet toch in ieder geval een filmaanradertje zodat je nog iets aan dit verhaal hebt gehad, 'Me and You and Everyone we know' is de titel, de info kun je hier opduiken. Maar belangrijk om te weten is dat het een mooie non alledaagse view geeft op een paar prachtig samenvallende leventjes in een zonderling amerikaans buurtje, echt heel origineel gedaan en let vooral op het jongste kereltje in de film die een echte rol heeft, met de mooie afro, hij is geweldig, ik zit nu al te wachten op zijn films over 10 jaar!

Felix signing out...

Het onderwijsveld laat van zich horen



Het kabinet heeft als doel van Nederland een heuse kenniseconomie te maken. Diverse bestuurders uit het onderwijs betogen dat die ambities wel geld kosten.
De officiële ambities van Nederland met het hoger onderwijs klinken prachtig. Er wordt wat verwacht van hogescholen en universiteiten, van bestuurders, van docenten en studenten. Nederland moet zich ontwikkelen tot een kenniseconomie van een hoog niveau en bij de top van Europa behoren. Het vergt forse inspanningen als kenniseconomie aan de top te staan.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) laat in haar recente publicatie Education at a glance zien dat het aantal hoger opgeleiden minder snel groeit dan in de omringende landen. Nederland blijft volgens deze organisatie ook achter met investeringen in kennis en innovatie. Vreemd genoeg zijn dat juist de speerpunten van dit kabinet. Niet voor niets heeft de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) onlangs de alarmbel geluid en het kabinet opgeroepen meer te investeren in onderwijs en onderzoek.

Met het oogstjaar van het kabinet voor de deur vinden wij dat nu het moment daar is de jaarlijkse dans om incidentele middelen een halt toe te roepen en aan de slag te gaan met een structureel innovatiebudget. Alleen met structurele investeringen kunnen we de ambities van Nederland waarmaken.

In de afgelopen tien jaar is het bedrag per student fors gedaald. Ook de komende jaren zet de daling verder door: de uitgaven per student zakken van 5.600 euro in 2006 naar 5.200 euro in 2010. Dat is een treurig bedrag waarmee instellingen niet meer kunnen dan in hoog tempo studenten afleveren. Deze studenten zijn de kenniswerkers van de toekomst. Verdieping, maatwerk en studiebegeleiding zijn noodzakelijk voor een volwaardige opleiding. Daar moet een realistische financiële compensatie tegenover staan.

Het hoger onderwijs staat de komende jaren voor de geweldige opgave meer jongeren op te leiden. Conform de Lissabon-doelstellingen wil het kabinet een stijging van het aantal hoger-onderwijsstudenten tot meer dan 50 procent van de totale bevolking. De huidige randvoorwaarden laten het echter niet toe deze ambities waar te maken zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Al financiert het kabinet de studentengroei, door vergaande bezuinigingen in het verleden is de investeringsimpuls momenteel uiterst negatief. Het budget voor onderwijs blijft met 5,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) achter bij het OESO-gemiddelde van 5,6 procent.

Kwalitatief hoger onderwijs heeft zijn prijs. Dit valt niet te rijmen met een verdere verlaging van de uitgaven per student. Hierdoor wordt het onderwijs uitgehold. In een nieuw structureel innovatiebudget moet dan ook minimaal een constante investering per student worden gegarandeerd.

De investeringen van dit kabinet zijn voornamelijk incidenteel. Met alleen incidentele uitgaven zijn de instellingen weinig geholpen. Toch lijkt investeren in projecten nu boven investeren in de basisfinanciering te gaan. De extra gelden van de aardgasbaten zijn weliswaar interessant en vormen een tijdelijke impuls voor nieuwe taken, maar dat is onvoldoende om de taken ook voor de langere termijn te laten slagen. Het zou toch droevig zijn wanneer broodnodige investeringen alleen uit meevallers zoals de aardgasbaten worden betaald. Investeren moet een keuze zijn in plaats van een toevallige meevaller.

De financiële impulsen moeten uiteindelijk terechtkomen in het reguliere onderwijs en onderzoek. Bij een dalende uitgave per student wordt het steeds moeizamer de resultaten uit deze impulsen te behouden. Daarnaast dragen incidentele uitgaven bij aan een stijging van de bureaucratie. Ieder project brengt aparte plannen, beoordelingen en verantwoording met zich mee. Voor een ministerie dat streeft naar administratieve lastenverlichting is dit moeilijk met elkaar te rijmen. In een nieuw structureel innovatiebudget moeten structurele innovatiegelden dan ook boven incidentele middelen worden ingezet.

De transparantie van de huidige begroting van OCW laat te wensen over. Er lijken middelen beschikbaar te zijn voor de verdere ontwikkeling van het hoger onderwijs maar de werkelijkheid is anders. Nieuwe beleidsprioriteiten gaan ten koste van bestaande middelen. Dit drukt op de uitgave per student.

Prioriteiten als leven-lang-leren, open bestel en e-learning worden uit reguliere budgetten gehaald. Vervolgens worden voor deze prioriteiten incidentele projecten en subsidies uitgeschreven waar hogescholen en universiteiten op kunnen intekenen. Daarmee worden het sigaren uit eigen doos die ten koste gaan van reguliere onderwijstaken. Nieuwe taken moeten gepaard gaan met nieuwe investeringen. Een euro kan maar één keer worden uitgegeven. Reguliere uitgaven moeten worden losgekoppeld van veranderende beleidsprioriteiten. In een nieuw structureel innovatiebudget zijn begrotingen eenduidig en doen recht aan de werkelijkheid.

Wij verwachten meer van de huidige Onderwijsbegroting voor 2006. Onze kenniseconomie vraagt om structurele vernieuwing. Daarom roepen wij het kabinet en de Tweede Kamer op hier alsnog inhoud aan te geven. Studenten, docenten, onderzoekers en bestuurders in het hoger onderwijs nemen samen graag de verantwoordelijkheid voor een hoog niveau van het onderwijs en het onderzoek. Laat dan van de overheid de stimulans uitgaan van Nederland de kenniseconomie te maken die het behoort te zijn.

(dit gezamenlijk opiniestuk van Ed d'Hondt (VSNU), Doekle Terpstra (HBO-Raad), Evelien van Roemburg (ISO) en mijzelf verscheen eerder in de Volkskrant)

GeenStijl biedt uitkomst



GeenStijl-bezoeker: Ik begeef mij al jaren op een spiritueel pad, op zoektoch naar wat mij drijft, naar wie ik ben.. naar mijn échte ik. Wellicht kunt u mij helpen? :|

Reclamebureau Adfactor: Natuurlijk kunnen wij dat! Je bent een man van tussen de 25 en 35 jaar en hebt een hoge opleiding genoten. Je primaire nieuwsbron is het internet en je houdt van grazen en van breedband. Je werkt, opvallend zelfstandig, in de financiële dienstverleningsector. Tevens ben je in het bezit van een (lease)auto en geïnteresseerd in gadgets, mobiele telefonie, internet, computers, games, DVD's, nieuws, internet, coole merken, opinie en kritiek. Daarnaast ben je populair onder studenten. Je verdient dan ook 1.5 keer modaal en woont in een koophuis.

GeenStijl-bezoeker: Ah uh oh :|

Reclamebureau Adfactor: Wij van reclamebureau Adfactor zeggen altijd: ieder mens is uniek, mogelijkheden verschillen van mens tot mens. Buit je sterke kanten uit!

GeenStijl-bezoeker: Jullie zeiden dat ik populair was onder studenten? :)

Reclamebureau Adfactor: Je kunt hen een boodschap ten gehore brengen. €600.000,- voor een maandlang groots op de hoofdpagina van GeenStijl (20 milj views à €0.03), of een 'firstpost' voor €5500,- de maand. Meer info: Adfactor Factsheet.

GeenStijl-bezoeker: x|

Journalistische keuken



Enigzins gedesillusioneerd was ik wel, toen ik mijn eerste interview teruglas in de krant. Daar stond namelijk te lezen dat mijn LSVb werk funest was voor mijn sociale leven. Los van het feit dat ik inderdaad moet oppassen dat mijn vrienden en vriendinnen mij nog herkennen aan het eind van mijn bestuursjaar, was dit de eerste keer dat ik het woord ‘funest’ mocht aanschouwen. Na een korte worstelling met het dikke woordenboek der Nederlandsche taal, was het vooral de verontwaardiging die in mij overheerste: dát had ik niet gezegd!

Nu, een paar maanden verder, is mij duidelijk geworden hoe de pers te werk gaat. Hier volgt een korte blik achter de schermen. Het begint altijd met een telefoontje. Een journalist belt op en vraagt of je wilt reageren op een bepaald onderwerp. Je steekt vervolgens een geweldig betoog af en als de journalist, na een aantal minuten, je beu is en/of het idee heeft genoeg informatie te hebben voor een artikel, bedankt hij je hartelijk voor het gesprek (al dan niet gevolgd door het verzoek om een digitale foto toe te sturen die ze telkens weer kwijt raken op de redactie). Vervolgens gaat de journalist een aantal vragen bedenken en daarbij antwoorden construeren. Dit doet hij op één van de volgende manieren: óf hij zoekt een aantal fragmenten uit je betoog bij elkaar, maakt er een zin van en plaats deze tussen aanhalingstekens, óf hij vat je woorden samen in zijn eigen woorden en plaatst het resultaat tussen aanhalingstekens. Tot zover het kijkje in de keuken die journalistiek heet.

Achteraf beschouwd was mijn beeld van de pers eigenlijk wel wat naïef. Want hoe kun je nou van journalisten verwachten dat ze al dat geblaat aanhoren, geïnteresseerd ja en nee zeggen (op de juiste momenten), af en toe tactisch hummen en tegelijkertijd alles wat er wordt gezegd foutloos neerschrijven? En dat alles op ongekende intellectuele hoogtes, in de brandende hitte van de discussie! Je zou haast van journalisten verwachten dat ze over bovenmenselijke eigenschappen beschikken, dat het supermensen zijn, dat wonderen deze wereld nog niet uit zijn! Ja, of dat ze een taperecordertje kopen natuurlijk...

(deze column verscheen eerder in Memory Magazine)

Verspil geen talent



Mark Rutte betoogt al sinds zijn aantreden dat studenten beter moeten gaan kiezen. Kiezen op kwaliteit. Daar sluit ik mij volledig bij aan. Geef studenten veel informatie over hun studie, presenteer het geheel op een duidelijke manier en je maakt een goede studiekeuze mogelijk. Want die keuze moet bij de student liggen. Op dat punt verschillen Rutte en ik echter van mening. Hij wil die keuze leggen bij de onderwijsinstelling. Die moet volgens hem bepalen welke student op welke niveau moet studeren. Bij selectie vóór de poort gebeurt dat op basis van de middelbareschoolresultaten, bij selectie ná de poort op de tot dan toe geleverde prestaties van de student.

Dat niet alle 550.000 studenten in Nederland gelijk zijn mag duidelijk
wezen. Sommige studenten zijn beter op hun plaats op een hogeschool, anderen op een universiteit. Maar ook binnen de twee typen zijn er verschillende studenten. De één richt zich het liefst op het zo snel mogelijk halen van het diploma met zo min mogelijk moeite, de ander wil zich juist verdiepen in de studie en hoge cijfers halen. Daartoe wordt dan ook de ruimte geboden: een student kan extra vakken volgen, een tweede studie doen, of zich inschrijven voor een honours-programma.

Het belangrijkste is dat iedereen die het wil, ook de mogelijkheid krijgt om op welke manier dan ook vorm te geven aan zijn of haar ambitie. Niets is immers zo frustrerend als méér willen en daarvoor niet de ruimte krijgen. Sterker nog: dat is weggooien van talent.

Dit is nu precies het gevaar van Ruttes plannen. Hoe doordacht de procedures ook zijn, instellingen zullen op basis van door hen gekozen gegevens een voorspelling maken van jouw toekomstige prestaties. Een voorspelling die een grote invloed heeft op jouw toekomst. Onderwijspsychologen doen al jaren onderzoek naar de beste selectiemethoden. Op basis van de meest volledige gegevens is het nu gelukt zo'n 25 procent van je academische prestaties te voorspellen op basis van hoe je op de middelbare school hebt gescoord. Dat betekent dat 75 procent van de mensen die niet door de selectie komt, op verkeerde gronden is geweigerd.

Naast selectie voor de poort pleit Rutte ook voor selectie in het propedeusejaar. Als het aan hem ligt gebeurt dat al na het eerste trimester van het eerste jaar, dus na drie maanden. Drie maanden is natuurlijk een belachelijk korte periode. Ik zou stellen: geef studenten de kans om zich te bewijzen. Laat hen veel werk op zich nemen, laat hen zichzelf uitdagen. Daar hoort ook bij dat je studenten confronteert met hun resultaten. Als duidelijk wordt dat een student het niveau niet bijhoudt, zal hij daar zijn conclusies uit trekken. Zo voorkom je het verspillen van het in Nederland zo verlangde talent. De enige goede vorm van selectie is zelfselectie!

(dit artikel verscheen eerder in het Reformatorisch Dagblad)